Gasopslag

Berichten uit
2009

De Nederlandse Gasunie vindt dat er snel een besluit moet worden genomen over meer gasopslagfaciliteiten. Uitbreiding van gasopslag voor marktpartijen in Nederland is in de toekomst vanwege de dalende eigen reserves van strategisch belang. De situatie in Oost-Europa maakt duidelijk dat het belangrijk is dat de aanvoer van gas gespreid vanuit meerdere bronnen plaatsvindt. De Gasunie is bezig met de bouw van de eerste LNG importterminal van Nederland op de Maasvlakte en neemt deel in de nieuw aan te leggen pijpleiding Nord-Stream die Russisch gas door de Oostzee naar Europa zal vervoeren vanaf 2011. Daarnaast wordt hard gewerkt aan de uitbreiding van het Nederlandse transportnet om aan de groeiende vraag naar gas te kunnen voldoen. In Zuidwending (Groningen) is gestart met de bouw van een gasopslag in voormalige zoutcavernes.

In antwoord op vragen uit de Tweede Kamer over gasopslag in het lege gasveld Bergermeer bij Bergen, Noord-Holland, meldt de minister van EZ in augustus dat gasopslag veilig is. Toch zal de minister een en ander nog eens zorgvuldig laten onderzoeken, met name t.a.v. mogelijke aardtrillingen en de mogelijke keuze voor een andere puttenlocatie. Een eerder onderzoek van TNO zal kritisch worden bekeken door een onafhankelijke expert (het Amerikaanse onderzoeksinstituut MIT). Een week na het antwoord van de minister sluit het Russische Gazprom een contract met Taqa Energy, onderdeel van Abu Dhabi National Energy, voor de ontwikkeling van het lege gasveld tot Europa's grootste gasopslagfaciliteit met een capaciteit van 4,1 mrd kubieke meter. Taqa zal de technische en commerciële uitvoerder worden van de gasopslag. De locatie zal worden gebruikt om de levering van energie aan Nederlandse en Europese consumenten veilig te stellen. Het is daarnaast volgens Energie Beheer Nederland (EBN) onderdeel van een plan van de Nederlandse overheid om een belangrijk distributiecentrum te worden voor gas in Noordwest Europa. EBN is voor 100% eigendom van EZ en commercieel partner in de joint-venture tussen Taqa en Gazprom.

Volgens tegenstanders van de plannen voor de gasopslag in het Bergermeer, onder meer verenigd in het Comité Gasalarm 2, is de kans op aardtrillingen aanzienlijk en leidt gasopslag tot onherstelbare schade aan de omgeving. De bedrijvenvereniging Boekelermeer schat de directe schade op €150-200 mln. Omwonenden, die vrezen voor aardbevingen en waardevermindering van de leefomgeving en huizen schatten de schade op €200-400 mln. Het actiecomité Gasalarm 2 zegt op basis van een niet-openbaar rapport dat de kans op aardbeving bij Bergermeer groter is dan officieel wordt toegegeven. Gasalarm 2 wil minister Van der Hoeven bij haar werkbezoek aan Bergermeer en de verontruste bewoners van Bergen en Alkmaar confronteren met de gegevens. Volgens een analyse van Gasalarm 2 zou de seismisch actieve breuklijn in de Bergermeer tweemaal langer zijn dan bij het publiek bekend is. Het actiecomité baseert zich daarbij op gegevens van TNO uit 2008 en op een vertrouwelijke studie van Horizon Well Logging uit 2006. Taqa is het niet eens met de interpretatie van Gasalarm 2. Het Noordhollandse bedrijfsleven is vóór gasopslag in de Bergermeer en ergert zich aan de bangmakerij van actiecomité Gasalarm 2.

Uit het 'second opinion' onderzoek van het onderzoeksbureau MIT blijkt in oktober dat er geen risico is voor gasopslag in het Bergermeer. Ook het herhaaldelijk opslaan en leeghalen leidt niet tot een grotere kans op aardschokken. Dat de breuklijn in de aarde langer zou zijn dan eerder werd aangenomen vinden de Amerikaanse onderzoekers niet van belang, want het gaat volgens hen juist om het kleine 'bewegingsgevoelige' gedeelte.

In november besluit het college van B&W van Bergen niet mee te werken aan de gasopslag in het gebied Bergermeer, omdat volgens de gemeente niet het Meest Milieuvriendelijke Alternatief (MMA) is gevolgd. Dit uit zich o.a. in de keuze van de puttenlocatie. Deze is in het rijksinpassingsplan op de locatie van het voorkeursalternatief Loterijlanden, een natuurgebied bij Bergen, gevallen en niet op het Meest Milieuvriendelijke Alternatief, het MOB-terrein in Bergen. Tevens blijven er volgens de gemeente onzekerheden bestaan over de kans op, de grootte en de frequentie van bevindingen bij de ingebruikname van het veld voor opslag en terugwinning van gas.

Uit cijfers van Gas Storage Europe (GSE) blijkt in oktober dat de faciliteiten voor de opslag van gas in Europa voor de winter van 2009 voor 91,25% zijn gevuld. GSE vertegenwoordigt 33 opslagbeheerders met circa 110 opslagfaciliteiten in 16 Europese landen, die over ongeveer 86% van alle opslagcapaciteit beschikken. De 91,25% staat voor de gasvoorraden zoals die op maandag 29 september zijn geregistreerd. Een week eerder lag dit percentage nog op 89,64%. Het Belgische Zeebrugge beschikt over de volste gasopslag met 99,43%. Het minst vol is de gasopslag in het Oostenrijkse Baumgarten met 81,56%.

Uit het in septemberr gepubliceerde rapport ‘Developments on the northwest European market for seasonal gas storage’ wordt aangetoond dat de vraag naar gasopslag in Noordwest-Europa tot 2030 zal stijgen, ongeacht verschillende groeiscenario's voor de vraag naar aardgas. Zelfs als de vraag naar aardgas de komende twintig jaar daalt zijn er nog steeds extra gasopslagen nodig. Die opslagen zijn nodig om de elke winter terugkerende piekvraag op te vangen. Seizoensflexibiliteit is het vermogen om in te spelen op de wisselende vraag naar gas in de loop van de seizoenen en dat speelt vooral in Noordwest-Europa waar een groot deel van de totale gasvraag van huishoudens komt. Het ECN-rapport is geschreven in opdracht van GasTerra en is een update van de studie van het Clingendael International Energy Programme uit 2006. In dat rapport werd ook al een stijgende vraag naar gasopslag geconstateerd voor de Europese OESO-landen. Het ECN-rapport uit september 2009 richt zich echter op Nederland, België, Duitsland, Denemarken, Frankrijk, Ierland, Luxemburg en Engeland.

Half oktober meldt Taqa Energy dat in samenwerking met Gazprom €800 miljoen zal worden geïnvesteerd in het project Gasopslag Bergermeer. De bouw en het ontwerp van de gasopslagfaciliteit moeten tussen 2009 en 2013 plaatsvinden. Gazprom Export, onderdeel van het Russische staatsgasbedrijf Gazprom, levert het kussengas dat in het Bergermeer-reservoir geïnjecteerd wordt in ruil voor opslagcapaciteit en deelneming in het beheer van de opslagfaciliteit. Taqa heeft onderzoek verricht naar veiligheids- en milieuaspecten en het bedrijf verwacht in 2010 alle benodigde vergunningen te hebben ontvangen. De bouw van de gasopslag start zodra de benodigde vergunningen zijn verleend, waardoor de faciliteit in 2013 in gebruik kan worden genomen. Het ministerie van EZ meldt echter dat de gasopslag in het lege gasveld bij Bergen nog niet definitief is. Kussengas is gas dat aanwezig is in een installatie voor de opslag van gas, teneinde de druk in die installatie op peil te houden, zodat de installatie overeenkomstig de ontwerpspecificaties kan functioneren.

In het rapport Voorzieningszekerheid Gas 2009, opgesteld door Gas Transport Services (GTS) en in oktober door de minister van EZ naar de Tweede Kamer gezonden, concludeert GTS dat aangenomen mag worden dat tot 2022 het totale gasaanbod (eigen productie en import) ongeveer gelijk zal zijn aan de gasvraag (eigen consumptie en export). Om op de gasmarkt voldoende flexibel te kunnen opereren heeft Nederland echter wel snel meer gasbergingen nodig. Opslag in Bergermeer wordt voorbereid en Waalwijk is een optie. Maar er is wel een grotere flexibiliteit nodig om op bewegingen op de gasmarkt te kunnen reageren. Ook is er vanwege o.a. de toenemende import (vooral uit Rusland) meer transportcapaciteit nodig. De lopende marktinventarisatie (Integrated Open Season) bevestigt het beeld dat de markt nog steeds behoefte heeft aan aanzienlijk meer transportcapaciteit. Ook moet er flink geïnvesteerd worden in conversiefaciliteiten. Het aanbod wordt gekenmerkt door meer hoogcalorisch gas, terwijl de gasvraag naar laagcalorisch gas naar verwachting nauwelijks wijzigt. Bij diversificatie speelt het streven naar verscheidenheid in zowel aanbod (land van herkomst) als type transport (pijpleiding, LNG) een rol.



Terug naar thema Gas- en olie-industrie 2009