Energielabels |
Berichten uit 2009 |
De minister voor Wonen, Wijken en Integratie (WWI) schrijft in januari in een brief aan de Tweede Kamer dat het energielabel voor woningen is aangepast. Nieuw op dit label is de afbeelding van het woningtype. Ook nieuw is dat het jaarlijkse energieverbruik niet meer in megajoules per m2 staat vermeld maar alleen in megajoules. Er is ook afgesproken dat een overgang gemaakt gaat worden naar m³ gasverbruik en kWh om het gebouwgebonden energieverbruik aan te geven. Dit is mogelijk bij de eerstvolgende software aanpassing in oktober 2009. Het energielabel is bedoeld om de energieprestatie en de mogelijkheden om deze te verbeteren te kunnen vergelijken tussen woningen van hetzelfde type. In de praktijk blijkt echter dat woningeigenaren de classificatie ook gebruiken om verschillende woningtypen met elkaar te vergelijken. Het nieuwe label is in maart beschikbaar, omdat eerst de software moet worden aangepast en de Regeling Energieprestatie Gebouwen moet worden gewijzigd. De bestaande energielabels behouden wel hun juridische geldigheid van tien jaar. Voor het energielabel in de utiliteitsbouw wordt gekeken of een vergelijkbare verbetering gerealiseerd moet worden.
In het eerste jaar van het omstreden energielabel zijn al 739.000 exemplaren verstrekt.
Begin oktober meldt het ministerie van VROM dat het energielabel voor woningen is vernieuwd en vanaf 1 januari 2010 voor consumenten beschikbaar is. Een vernieuwde lay-out moet de consument in staat stellen om de boodschap van het energielabel beter te begrijpen en aan te zetten tot het nemen van energiebesparende maatregelen. Bij het energieverbruik wordt voortaan aangegeven wat het gestandaardiseerd energieverbruik is voor elektriciteit, gas en/of warmte. Zo kan het label gebruikt worden om het energieverbruik van verschillende woningtypen met elkaar te vergelijken. Er zijn nieuwe technieken opgenomen om te bepalen welk label de woning krijgt. Het gaat hier bijvoorbeeld om een uitbreiding met decentrale ventilatie, micro warmtekrachtkoppeling (Hre-ketel), douchewarmtewisselaar en bodemisolatie van de kruipruimte. Voor het borgen van de kwaliteit van het label zijn meerdere maatregelen getroffen. Een woning moet door een medewerker van een gecertificeerde bedrijf beoordeeld worden. Ook moet het gecertificeerde bedrijf minstens één keer per jaar een interne kwaliteitscontrole uitvoeren en de resultaten hiervan overleggen aan de certificerende instelling, die de kwaliteitscontroles uitvoert. De controles door de certificerende instellingen zijn verder aangescherpt. Bij afwijkingen worden extra controles uitgevoerd bij het bedrijf waar de afwijking is opgetreden. Bij structurele fouten wordt het certificaat ingetrokken of opgeschort. Verder is het opnameprotocol eenvoudiger gemaakt, zodat de kans op afwijkingen door verkeerde opnamegegevens veel kleiner is. De gewijzigde regeling moet drie maanden ter goedkeuring voorliggen in Brussel, waardoor deze op 1 januari 2010 beschikbaar is. Dit geeft partijen, zoals energielabeladviseurs, makelaars en notarissen, installateurs en aannemers de tijd om hun dienstverlening op aan te passen. De minister voor WWI zal ook laten onderzoeken of het mogelijk is om te sanctioneren met bijvoorbeeld een bestuurlijke boete als er bij verkoop of verhuur geen label is. In de praktijk wordt er in de akte van levering vaak een afspraak gemaakt tussen verkoper en koper dat er géén energielabel aanwezig is.