Gebouwde omgeving

Berichten uit
2009

Het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) concluderen in een notitie over de effecten van de kredietcrisis op het klimaat- en energiebeleid dat het kabinet in de komende twee jaar energiebesparing in woningen en kantoren extra moetstimuleren. Dat is nodig omdat anders door de financiële crisis en recessie investeringen in energiebesparende maatregelen zullen terugvallen. Maar het effect van investeringen voor duurzame energie is niet helemaal vast te stellen. Aan de ene kant dalen de kosten voor investeringen omdat de grondstofprijzen dalen, anderzijds hebben duurzame investeringen met hogere meerkosten weer last van de lage energieprijzen. Het halen van het Kyotodoel (6 procent minder broeikasgassen in 2012) is daarentegen een stuk makkelijker, maar dat is voornamelijk te danken aan mindere omzet in de industrie, waardoor er minder CO2 wordt uitgestoen Het is volgens de twee instituten nog maar de vraag of stimulering van investeringen in klimaat en energie aan de voorwaarden voldoen om de economie er bovenop te helpen tijdens een recessie. Alleen energiebesparingsmaatregelen in de gebouwde omgeving kunnen in de komende twee jaar een positief effect op de economie hebben.

Tijdens een overleg in januari van de minister van VROM met de Tweede Kamer over energiebesparing in gebouwen wordt gemeld dat in mei het Energiebesparingsfonds wordt opgezet. Uit het fonds moeten energiebesparende maatregelen voor woningen worden betaald. Dan wordt eerst gestart met een pilot, waarna in het najaar van 2009 het fonds daadwerkelijk kan worden gestart. Volgens enkele Kamerleden worden hiermee echter geen toezeggingen gedaan over fiscale en andere financiële ondersteuning. Zoals voorstellen om de BTW op energiebesparende maatregelen te verlagen naar 6%, of verruiming van de energieinvesteringsaftrek, of het naar voren halen van andere stimuleringsregelingen. Over gelden voor het Energiebesparingsfonds is echter nog zeer weinig bekend. Vragen hierover door Kamerleden werden niet met concrete cijfers beantwoord. Het idee om de opbrengsten van de energiebelasting op elektriciteit in het fonds te stoppen kreeg ook geen bijval van de bewindsleiden. De energiebelasting is namelijk recent met 3,5 eurocent bijna 50 procent hoger geworden. Dat betekent per huishouden €125 extra opbrengsten en dat is ruim €857 miljoen per jaar. Volgens de ministers van VROM en WWI gaan zij daar echter niet over. Het ministerie van Financien moet daarover beslissen.

Uit onderzoek van Milieu Centraal, uitgevoerd door Intomart GFK onder ruim achthonderd consumenten, blijkt dat huiseigenaren pas geld willen steken in energiebesparingsmaatregelen als het niet teveel moeite kost, het voldoende comfort oplevert en als het financiële voordelen biedt. Vier op de tien ondervraagden denkt regelmatig na over energiebesparing en schat de eigen kennis hoog in. Toch blijkt uit vervolgantwoorden in het onderzoek, dat een aanzienlijk deel van zowel de huiseigenaren als de huurders maatregelen met een (kleine) investering niet toepast. Ze hebben er nooit over nagedacht, of kennen de mogelijkheden niet. Huiseigenaren die nog geen dakisolatie en geïsoleerde verwarmingsleidingen in hun woning hebben schrikken terug voor hoge investeringskosten. De opbrengst van de maatregelen en de terugverdientijd schatten ze te laag in. Het aanbrengen van dubbel glas is wel een populaire maatregel, ondanks de lange terugverdientijd.

In februari verenigen elf bedrijven en organisaties zich in het platform ‘Koplopers PeGO Innovatie’. Het platform wil energiebesparing in gebouwen versnellen en hiervoor een uitvoeringsbureau opzetten waaraan de elf en de ministeries van EZ, VROM en WWI meedoen. De elf bedrijven en instellingen zijn BAM, Eneco, Energieonderzoek Centrum Nederland, GTI, Nefit, Rockwool, Nuon, Philips Lighting, Redenko, Saint-Gobain Isover Benelux en TNO Bouw en Ondergrond. PeGO wil naar volledig energieneutrale nieuwbouw in 2020 en een halvering van het energieverbruik in de bestaande bouw in 2030. Het platform wil dit bereiken door op brede schaal gebruik te maken van duurzame energie en innovatieve oplossingen voor energiebesparing. In energieneutrale nieuwbouw is het gebruik van fossiele brandstoffen nagenoeg onnodig door toepassing van onder andere zeer goede schilisolatie. Door toepassing van innovatieve technieken worden in de toekomst gebouwen verwarmd door middel van bijvoorbeeld zonnewarmte of restwarmte. Dankzij een scala aan maatregelen is ook het elektraverbruik er lager. In de bestaande bouw zijn vergelijkbare energiereducties nodig. Deze kunnen deels met dezelfde middelen gerealiseerd worden als bij nieuwbouw, zoals een goede schilisolatie en renovaties op passiefniveau.

Uit cijfers van het CBS blijkt in februari dat in Nederlandse huishoudens tussen 1997 en 2007 gemiddeld 11 m³ aardgas per jaar werd bespaard. Het verbruik daalde in deze periode van circa 750 naar ongeveer 640 m³ aardgas per inwoner. Dit verbruik is gecorrigeerd voor de invloed van zachte en strenge winters. Eind jaren zeventig was het verbruik nog circa 850 m³ per inwoner. De besparing is toe te schrijven aan de betere isolatie van huizen en de installatie van cv-ketels met een hoger rendement. Sinds 1970 worden huizen tijdens de bouw al voorzien van betere isolatie. Daarnaast zijn bewoners bestaande woningen beter gaan isoleren. Ook een bewuster stookgedrag speelt waarschijnlijk een rol.

Resultaten van het EU-energiebesparingsproject ‘Check it out!’ tonen dat scholen in Europa 10-50% kunnen besparen op hun energierekening en energiebesparingen kunnen realiseren tot 40 procent. Aan het project hebben 90 Europese onderwijsinstellingen, waarvan 26 in Nederland, meegedaan. Naast praktische adviezen en maatregelen is een lespakket ontwikkeld om leerlingen van deelnemende scholen bewust te laten worden van de duurzaamheid van hun energieverbruik. Adviseurs hebben samen met de schoolleiding in diverse landen gekeken naar mogelijke energiebesparende maatregelen zoals isolatie en energiezuinige verlichting. Hiermee werden besparingen gerealiseerd van €1000 tot €7500 per jaar.

De minister van WWI (Wonen, Wijken en Integratie) zal in oktober 2009 zogenaamde ‘excellente’gebieden aanwijzen waar zeer energiezuinige en innovatie bouwprojecten op grotere schaal worden gerealiseerd. Deze 'excellente gebieden' komen voort uit het Lente-akkoord dat april 2008 tussen de ministers voor WWI, VROM en partijen in de bouw werd gesloten. In mei 2009 kunnen gemeenten samen met marktpartijen voor de eerste keer nieuwbouwprojecten voordragen als 'excellent gebied'. VROM/WWI zal het proces en de begeleiding van deze projecten ondersteunen. De projecten kunnen woningbouw en utiliteitsbouw omvatten. Met deze gebieden doen overheden en marktpartijen op grote schaal ervaring op met zeer energiezuinige en innovatieve nieuwbouw. Daarmee kan de nieuwbouw als geheel nog energiezuiniger gemaakt worden. Een en ander is onderdeel van de activiteiten uit het werkprogramma 'Schoon en Zuinig'. Uiteindelijk moet alle nieuwbouw in 2020 energieneutraal zijn. Excellente gebieden worden geselecteerd aan de hand van diverse criteria. Ze moeten in elk geval zeer energiezuinig zijn, een bepaalde omvang hebben, kunnen rekenen op draagvlak van marktpartijen en een groot leereffect hebben. In de excellente gebieden zal voor de nieuwbouw een scherpere energieprestatie-eis gelden dan landelijk van kracht is. VROM zal dit mogelijk maken door middel van een wettelijke regeling. Gemeenten kunnen daarmee de scherpere energieambitie die ze lokaal hebben afgesproken met de marktpartijen, ook wettelijk handhaven. In 2011 volgt een tweede ronde en in 2013 een derde.

Bij de start van de campagne om het binnen- en buitenklimaat van scholen te verbeteren meldt het Rijk dat hiervoor €215 miljoen beschikbaar zal worden gesteld. Het budget maakt deel uit van het pakket crisismaatregelen. De terugverdientijd wordt geschat op 10 jaar. Scholen kunnen tot 40 procent besparen op hun huidige energieverbruik. Bovendien moet de verbetering van het binnenklimaat het ziekteverzuim van leerlingen en leraren terugdringen. Het stimuleringspakket zal bestaan uit ondersteuning van concrete projecten bij kleine grote en kleine gemeenten, gratis consults voor scholen (in samenwerking met de nationale programma's 'Frisse Scholen' en 'Meer met Minder') en actieve verspreiding van de opgedane kennis.

In het rapport 'Decentrale elektriciteitsvoorziening in de gebouwde omgeving', dat in mei wordt gepubliceerd, schetst het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) veel aanpassingen voor het elektriciteitssysteem. Die zijn nodig voor duurzaam opgewekte elektriciteit in huishoudens. Het rapport beschrijft de technische en institutionele mogelijkheden, effecten op de milieubelasting en de barrières voor een decentraal systeem. Elektriciteit uit eigen huis is een uitdaging voor techniek en organisatie. De afstemming tussen vraag en aanbod van elektriciteit op decentraal niveau vergt zowel technisch als institutioneel goede sturingssystemen. Ook de ontwikkeling van technologieën voor opwekking en opslag zijn daarbij belangrijk. Consumenten nemen immers niet alleen stroom af, maar leveren ook aan het net.

Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) claimt in zijn half mei uitgebrachte rapport 'Gadgets en Gigawatts' dat het energieverbruik van communicatieapparatuur en consumentenelektronica met meer 50% kan worden gereduceerd met bestaande methoden voor verbetering van energie-efficiëntie. Elektronische apparaten als computers, telefoons en televisies zijn verantwoordelijk voor slechts 15 procent van het totale stroomverbruik van huishoudens, maar hun aandeel groeit volgens het IEA snel. Inmiddels heeft de helft van de wereldbevolking een abonnement op een mobiele telefoondienst. Binnen zeven maanden tijd zal het aantal mensen dat een pc gebruikt de één miljard passeren. Er zijn twee miljard tv-toestellen in gebruik, dat is ruwweg 1,3 stuks per huishouden dat over elektriciteit beschikt. Er bestaan 5,5 miljard adapters of losse voedingen in de wereld, op een totale populatie van 6,8 miljard mensen. Zonder ingrijpen van regeringen zal het energieverbruik door consumentenelektronica in 2022 zijn verdubbeld, en in 2030 zijn verdrievoudigd tot 1700 terrawattuur. Betere apparatuur en betere componenten kunnen het stroomverbruik verminderen, maar de grootste winst is volgens het IEA te behalen door hardware en software beter te laten samenwerken. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat apparaten alleen stroom gebruiken als het nodig is.

Huurders en huurdersorganisaties die actief aan de slag willen met energiebesparing vinden vanaf half juli adviezen op de nieuwe website van de Woonbond. Op deze website staan voorbeelden van lokale overeenkomsten, tips voor het overleg met de verhuurder en projecten waarin al veel energie is bespaard. Het project ‘Bespaar energie met de Woonbond’ is in 2008 van start gegaan om huurdersorganisaties te ondersteunen bij het maken van afspraken met hun verhuurder over energiebesparing. In 2008 bereikten Woonbond, Aedes, het ministerie voor WWI en van VROM een akkoord over de landelijke doelstelling voor energiebesparing in de sociale huursector.

In de begroting voor Wonen, Wijken en Integratie (WWI), onderdeel van het ministerie van VROM, wordt gemeld dat het doel om eind 2011 een half miljoen bestaande woningen energiezuiniger te maken lastig te behalen zal zijn. Dat doel staat in het programma Schoon en Zuinig naast het doel dat in 2020 in de bouw 100 PJ aan energie wordt bespaard. Tegelijkertijd wordt gekeken naar verdergaande maatregelen, voor het geval het stimuleringsinstrumentarium de markt niet voldoende op gang brengt. Een voorbeeld is het stellen van energieprestatie-eisen in de bestaande bouw. Dit betreft echter ingrijpende maatregelen die vooraf goed moeten worden geanalyseerd. In 2010 is ook meer duidelijkheid over het nieuwe Europese klimaat- en energiebeleid, mede naar aanleiding van de klimaattop in Kopenhagen eind 2009. Het Kabinet kan dan besluiten extra beleid in te zetten en extra inspanningen van marktpartijen te vragen. De verwachting is dat in 2010 circa 2000 bestaande woningen en circa 2000 nieuwe woningen tot 60% energiebesparing realiseren. In een Aanvullende beleidsakkoord zijn in het voorjaar van 2009 ondersteunende maatregelen afgesproken. Zoals een subsidieregeling voor het laten opstellen van eenmaatwerkadvies (€12 miljoen), subsidie voor isolatieglas (€50 miljoen) en de garantstelling voor leningen die banken aan eigenaar-bewoners verstrekken die daarmee energiebesparingsmaatregelen financieren (€35 miljoen tot medio 2011). Ook is er de fiscale stimulering van verhuurders en laag BTW-tarief voor isolatiewerkzaamheden.

Uit onderzoek van WoonKennis blijkt dat bijna zeven op de tien consumenten aangeeft energiezuinige maatregelen sneller te nemen als het effect direct zichtbaar is in de energierekening. Onder consumenten met kluservaring ligt dit percentage aanzienlijk hoger dan onder mensen die vrijwel geen kluservaring hebben. Voor de woonconsument spelen verschillende belangen mee als het om energiebesparing gaat. Naast milieuvriendelijker wonen, is ook het financiële aspect belangrijk. Veel energiezuinige maatregelen vergen een grote investering die consumenten kan afschrikken.

De verkoop van warmtepompen is in 2008 opnieuw flink gestegen. Ook in de jaren daarvoor steeg de verkoop steeds met enkele tientallen procenten, zo meldt het CBS in september. De meeste warmtepompen werden geplaatst in utiliteitsgebouwen, zoals kantoren en fabrieken, en in kassen. In 2008 ging het om ruim 10 duizend warmtepompen die goed waren voor 80 procent van de toegevoegde verwarmingscapaciteit. In totaal waren er eind 2008 ruim 40 duizend warmtepompen in de utiliteitsgebouwen en in kassen in gebruik, met een totale capaciteit van 1,2 duizend MW. De overige warmtepompen die in 2008 zijn verkocht, werden vooral geplaatst in woningen. In 2008 ging het daarbij om een kleine 8000 warmtepompen. De verwarmingscapaciteit van de verkochte warmtepompen voor woningen lag meer dan 2,5 keer hoger dan in 2007. Hierdoor kwam het totale aantal warmtepompen in woningen aan het einde van 2008 uit op 37000, met een vermogen van bijna 200 MW. Een warmtepomp zet warmte met een lage temperatuur, uit bijvoorbeeld omgevingslucht of grondwater, om in warmte van hogere temperatuur voor de verwarming van bijvoorbeeld een gebouw. Een goede warmtepomp heeft daar een beperkte hoeveelheid elektriciteit voor nodig. De werking is vergelijkbaar met het omgekeerde van die van een koelkast. Warmtepompen kunnen vaak op efficiënte wijze geïntegreerd worden met koelsystemen van een gebouw. Energiewinning door warmtepompen wordt gezien als duurzame energie.

Uit de resultaten van de studie Energie in Beweging, uitgevoerd door de Nationale Denktank en begin oktober gepubliceerd, komt naar voren dat met een eenmalige investering van €6391 van alle 7,5 miljoen Nederlandse huishoudens in energiebesparing het van 20% besparing in 2020 haalbaar is. In de studie van de Denktank, opgericht door een aantal jonge wetenschappers, is onderzoek gedaan naar barrières en kansen voor consumenten om energie te besparen. De totale investering van €48 mrd kan in zes jaar worden terugverdiend. Tegenover die investering staat namelijk een jaarlijkse besparing van €1058 per huishouden door een lagere energierekening. Hoewel huishoudens verantwoordelijk zijn voor nog geen kwart van het Nederlandse energieverbruik, vormt de vraag van de consument tevens een drijvende kracht achter de ontwikkeling van 'zuiniger' producten en diensten. De komende maanden gaan de jonge wetenschappers op zoek naar concrete oplossingen om meer energiebesparing mogelijk te maken. Zij willen dit uiterlijk 12 december 2009 aanbieden aan de minister van VROM, vlak voor het begin van de VN-klimaatconferentie in Kopenhagen.

De Europese Unie kan de uitstoot van broeikasgassen praktisch zonder kosten met 30% reduceren. Door alle energieverbruikende apparatuur aan het eind van de levensduur simpelweg te vervangen door technologie met een lage uitstoot van kooldioxide (CO2) kan de totale emissie in de EU binnen twee decennia bijna worden gehalveerd. De rekening daarvoor wordt gecompenseerd door lagere energiekosten. Dat is de conclusie van SERPEC-CC (Sectoral Emission Reduction Potentials and Economic Costs for Climate Change), een omvangrijke studie naar 650 technologieën in tien sectoren van de economie waarvan de resultaten mede door Ecofys in oktober worden gepubliceerd. Een van de aannames in SERPEC is dat ‘koolstofarme’ technologieën worden toegepast bij elke vernieuwing of renovatie in fabrieken, elektriciteitscentrales, gebouwen, auto’s, vrachtwagens of elektrische apparatuur. SERPEC concludeert dat de potentiële uitstootreductie in de EU 2020 30% (ten opzichte van 1990) bedraagt en 45% in 2030.

Het Platform energietransitie Gebouwde Omgeving (PeGO) heeft door adviesbureau W/E adviseurs een maatlat laten ontwikkelen voor de begrippen energieneutraal en CO2-neutraal in de gebouwde omgeving. De gezamenlijke maatlat maakt begrippen energieneutraal en CO2-neutraal in gebouwde omgeving transparant. De gezamenlijke maatlat biedt ruimte aan verschillende ambitieniveaus. Naast een strakke vastlegging van grenzen en rekenmethoden zijn de voorgestelde definities een verantwoord hulpmiddel om een duurzame gebouwde omgeving te realiseren. De definities worden beschreven aan de hand van typen energieverbruik en CO2-emissies. Maar ook de grenzen waarbinnen alternatieven mogelijk zijn en welke alternatieven dat zijn, komen aan de orde. De definities omvatten het gebouwgebonden gebruik, het gebruikersaandeel en het materiaalgebonden gebruik. Tot op heden werd die laatste component buiten beschouwing gelaten. Partijen uit de praktijk worden aangemoedigd definities en rekenmodel te toetsen.

Het Europarlement, de EU-landen en de Europese Commissie bereiken half november een akkoord waarin staat dat alle gebouwen die vanaf 2021 worden gebouwd zodanig energie-efficiënt moeten zijn en gebruikmaken van duurzame energie dat ze geen externe energievraag meer nodig hebben. De publieke gebouwen moeten nog twee jaar eerder energie-neutraal zijn. Dit om als aanjager en voorbeeld te dienen voor de particuliere markt. Het gaat om een aanpassing van de al bestaande EPBD-richtlijn. De Raad neemt hierbij ook de amendementen van het Europarlement mee waarin EU-lidstaten wordt opgelegd uiterlijk medio 2011 met plannen van aanpak te komen. Ook moet duidelijk gemaakt worden hoe de markt financieel wordt ondersteund en welk ander ondersteunend beleid wordt uitgevoerd. Daarbij gaat het om technische ondersteuning, subsidies en leningen. Voor bestaande gebouwen gaan de nieuwe regels nog niet zo ver, maar wel is afgesproken dat bij grote renovaties de energieprestaties sterk moeten verbeteren, mits het technisch, functioneel en economisch mogelijk is.

De rijksoverheid laat begin december weten van plan te zijn om in de komende jaren energiebesparende maatregelen door te voeren, waardoor het energieverbruik in 2015 met zeker 10% zal dalen. Dat moet een besparing opleveren van €50,5 miljoen. De maatregelen worden in een groot deel van de rijksgebouwenvoorraad van ruim 4 miljoen m2 uitgevoerd. In het kader van het Programma Groene Technologieën heeft de Rijksgebouwendienst samen met enkele rijksdiensten zeer goede resultaten geboekt met de introductie van Functioneel Controleren, Inregelen en Beproeven (FCIB) van de klimaatinstallaties van gebouwen. Deze methode resulteert in een optimaal presterende klimaatinstallatie, met een zo laag mogelijk energiegebruik. Zo worden onder meer instellingen gecontroleerd en daar waar nodig aangepast, en worden aanpassingen aan de installatie gedaan waardoor ventilatielucht op de juiste manier wordt verdeeld. Met dit principe is potentieel 15% energiebesparing op gebouwniveau te bereiken. Uitgegaan kan worden van een besparing van 10%. De investering voor de energiebesparende maatregelen wordt gerealiseerd door een zogenaamd ‘revolving fund’. Hierdoor vloeien de besparingen bij departementen deels terug naar dit ‘revolving fund’ waarmee vervolgmaatregelen op het gebied van duurzaamheid kunnen worden gefinancierd.

Woningcorporaties hebben in 2008 circa €200 miljoen geïnvesteerd in betere isolatie, zuinige warmte-installaties en groenere, innovatieve technieken. Het investeringsaandeel van isolatie neemt echter af omdat deze maatregelen geleidelijk minder zichtbaar worden als aparte investeringspost. Deze maatregelen worden vaker opgenomen binnen het reguliere bouwproces. Dit blijkt uit de jaarlijkse Bedrijfstakinformatie van branchevereniging Aedes, dat in december wordt gepubliceerd. Behalve de voornoemde investeringen hebben corporaties het afgelopen jaar ook werk gemaakt van het labelen van hun woningbezit. Sinds begin 2008 is het energielabel verplicht bij de verkoop of verhuur van woningen. Het aantal gelabelde corporatiewoningen met label C of hoger is in 2008 met 6 procent gestegen tot 36 procent. Ondanks de stijging meent Aedes dat er nog een fikse besparingsslag mogelijk is op het energieverbruik in de corporatiewoningen. Een derde van alle Nederlanders woont in een corporatiewoning. Bijna de helft van alle 2,4 miljoen corporatiewoningen is nu voorzien van een energielabel. Eind 2008 sloten de Woonbond en Aedes samen met het Rijk al het Convenant Energiebesparing Corporatiesector af. Voor de bestaande bouw is het de bedoeling in de komende tien jaar ten minste twintig procent te besparen op het gasverbruik. Voor nieuwbouw is de doelstelling het energieverbruik per 1 januari 2011 te verlagen met 25 procent. Vanaf 1 januari 2015 moet dat 50 procent zijn.

Voor de internationale klimaatconferentie in Kopenhagen deed CECODHAS, de Europese koepel van sociale huisvesters, een voorstel aan de Europese Unie om de Europese woningcorporaties per jaar 4 procent van hun woningbezit aan energierenovaties te onderwerpen. Dit vertegenwoordigt jaarlijks 800.000 woningen die een hogere energieprestatie krijgen. In totaal hebben deze corporaties 25 miljoen woningen onder hun hoede. Het voorstel betreft de periode 2010-2020. Het plan levert volgens CECODHAS 200.000 directe en 140.000 indirecte banen per jaar op binnen de bouwsector en aanverwante sectoren. De totale investering (dus ook vanuit de duurzame sector) is €16 miljard per jaar. Ook pleiten Europese corporaties voor een duidelijke inbreng in een systeem van witte certificaten, fiscale ondersteuning en snellere ontwikkeling van een slim netwerk. De inbreng van de Nederlandse kopelorganisatie voor woningcorporaties, Aedes, zijn de ambities zoals al eerder zijn geformuleerd in het Convenant Energiebesparing Corporatiesector.



Terug naar thema Energiebesparing 2009