Glastuinbouw

Berichten uit
2009

Vanaf 2 februari tot en met 13 maart 2009 kunnen glastuinders de subsidie Marktintroductie energie-innovaties (MEI) weer aanvragen. De subsidie is bedoeld voor tuinders die door innovatie energie besparen en hun CO2-uitstoot verminderen. Het ministerie van LNV stelt voor semi-gesloten kassystemen €10 miljoen beschikbaar en €4 miljoen voor overige innovatieve energiesystemen. In september volgt een tweede openstelling met hetzelfde budget. Voor semi-gesloten kassystemen krijgt een tuinder maximaal €2 miljoen per aanvraag. Voor overige innovatie energiesystemen is dat €1,5 miljoen per aanvraag. Een belangrijk verschil met 2008 is dat naast de reductie van CO2-uitstoot ook het primaire energieverbruik moet verminderen. Een ander verschil is dat de aanvrager voor een project met aardwarmte de resultaten van een haalbaarheidsstudie moet meesturen. De subsidie Marktintroductie energie-innovaties draagt bij aan de doelstellingen van het programma ‘Kas als Energiebron’. Dit samenwerkingsverband tussen het ministerie van LNV, het Productschap Tuinbouw en de glastuinbouwsector richt zich op een sterke vermindering van de CO2-uitstoot en het introduceren van duurzame energiesystemen.

Uit in januari bekendgemaakte cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat in 2008 de decentrale productie van elektriciteit sterk is gestegen, vooral in de glastuinbouw. In de eerste drie kwartalen van 2008 steeg de decentrale productie van elektriciteit met 14 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2007. In 2007 steeg de decentrale productie ook al met 10 procent. De centrale productie (de grote elektriciteitscentrales) veranderde nauwelijks in 2008. De totale productie steeg in de eerste drie kwartalen van 2008 met ruim 3 procent. Aan het begin van 2008 stond ruim 10 procent van het totale elektrische vermogen in Nederland in de glastuinbouw.

Doordat de energieprijzen de afgelopen jaren sterk zijn gestegen, is de verkoop van elektriciteit een aantrekkelijke extra inkomstenbron geworden voor de tuinders. Er zijn dan ook veel nieuwe gasmotoren geïnstalleerd, waardoor het elektrisch vermogen in deze sector in twee jaar tijd is verdubbeld. Aan het begin van 2008 stond ruim 10% van het totale elektrische vermogen in Nederland in de glastuinbouw. In de eerste drie kwartalen van 2008 werd er 28.780 miljoen kWh stroom decentraal opgewekt. In 2007 was dat nog 25.170 miljoen kWh in dat tijdvak. Onder de noemer decentrale opwekcapaciteit vallen naast kleine WKK's en duurzame opwekmethoden als zon en wind, ook de grotere WKK-centrales zoals van chemische bedrijven en de productiecentrales van afvalverwerkingsbedrijven. De overige groei van de decentrale opwekking in 2008 kwam voort uit de stroomproductie door windmolens.

Uit een studie van Wageningen UR Glastuinbouw en kennismakelaar CropEye komt naar voren dat tuinders in Nederland in de kas dezelfde productie kunnen halen met de helft minder gas. In januari is in opdracht van het ministerie van LNV en het Productschap Tuinbouw een test gestart om te bekijken of deze theoretische besparing ook in de praktijk haalbaar is. Tuinders kunnen allereerst energie besparen door de kassen beter te isoleren, met een doek onder het dak, eventueel in combinatie met een luchtbehandelingssysteem. Daarnaast kunnen tuinders het kasklimaat beter afstemmen op het buitenklimaat. Ook kunnen tuinders op een ander moment met de teelt beginnen. De verwachting s dat met dergelijke relatief simpele en goedkope aanpassingen de tuinder ruim een kwart van zijn stookkosten kan besparen. Het restant van de mogelijke besparing is te halen door te investeren in dure technieken. In de eerste plaats in warmtekrachtkoppeling, een kleine energiecentrale die zowel warmte, elektriciteit als CO2 produceert. De tuinder kan zelfs geld verdienen met het slim aan- en verkopen van de elektriciteit: verkopen als de stroom duur is, aankopen als het goedkoop is, bijvoorbeeld ‘s nachts. Een andere dure techniek is het ’s zomers opslaan van overtollige warmte in water onder de grond, om dat ’s winters op te pompen voor de verwarming van de kas. Die investering kost enkele miljoenen euro’s. Een paar jaar geleden is de terugverdientijd hiervan vastgesteld op acht à tien jaar.

Lansingerland, een Zuid-Hollandse gemeente, sluit in februari als eerste Nederlandse gemeente een convenant aardwarmte met de glastuinbouwsector. De gezamenlijke aanpak om tot een maximaal rendement te komen beslaat het hele grondgebied van de gemeente. Het convenant wordt onderschreven door Aardwarmtekring Lansingerland, LTO Glaskracht Oostland en de gemeente Lansingerland. Het doel van het convenant is de voorradige hoeveelheid warmte in de bodem zo optimaal mogelijk te benutten. Op deze manier kan een groot deel van de energievraag duurzaam worden opgewekt en kunnen zoveel mogelijk partijen van deze energiebron gebruikmaken.

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) verhoogt in februari het subsidiebudget van 2008 voor energie-innovaties in de glastuinbouw van €3,5 miljoen naar  €16 miljoen. Er waren zoveel aanvragen binnengekomen voor onder andere aardwarmte- en biobrandstofprojecten dat het budget snel op was. De minister stimuleert de omschakeling van de glastuinbouw naar een energiezuinige en zelfs energieleverende sector. Daarbij wordt tegelijkertijd de CO2 uitstoot aanzienlijk verminderd en wordt de sector veel minder afhankelijk van fossiele brandstoffen zoals gas. De overheid en het bedrijfsleven hebben daarvoor het programma 'Kas als Energiebron' opgezet. Onderdeel daarvan zijn verschillende subsidiemaatregelen, zoals de Marktintroductie Energie Innovaties (MEI). Binnen deze MEI-regeling bestaan twee subsidiestromen, een voor semi-gesloten kassen en één voor energie-innovaties zoals het gebruik van aardwarmte.

Het Productschap Tuinbouw, lid van het Platform Kas als Energiebron, heeft in samenwerking met het ministerie van LNV een protocol ontwikkeld, waarmee de CO2-uitstoot in de keten op een uniforme en consistente manier inzichtelijk te maken is. Volgens een woordvoerster van het Productschap Tuinbouw is het opstellen van een CO2-voetafdruk van glastuinbouwproducten complex. Er zijn al wel verschillende generieke protocollen in omloop, maar deze zijn niet gespecificeerd naar productcategorie. Tuinbouwproducten hebben bijvoorbeeld te maken met actoren als water- en substraatverbruik, landconversie of het gebruik van een WKK. Het nieuwe protocol, dat aansluit bij de internationaal erkende generieke rekenmethode PAS 2050, geeft de rekenregels voor de berekening van CO2-equivalenten in de hele productieketen. Aan de hand van een Life Cycle Analysis (LCA) geeft het inzicht in de broeikasgassen die vrijkomen in de keten van teelt tot supermarkt. Voor elke schakel wordt de broeikasgasemissie in beeld gebracht zodat men kan vergelijken waar de meeste uitstoot plaatsvindt en welke maatregelen het meeste effect hebben om tot reductie te komen. Naast energie in de vorm van elektriciteit en brandstof worden ook het gebruik van bijvoorbeeld kunstmest, bestrijdingsmiddelen en verpakkingsmateriaal meegenomen. Ook afval telt mee in de berekening. Het protocol is al goedgekeurd volgens de criteria van de PAS 2050. Productschap Tuinbouw probeert nu ervoor te zorgen dat het ook door andere landen als internationale standaard wordt gezien.

Een bestaande kas is in een aantal stappen energiezuinig te maken via het innovatieve concept `Het Nieuwe Telen'. Tegen een geringe investering is een energiebesparing mogelijk van maar liefst 30%, zo blijkt in september uit de resultaten van een aantal demonstratieprojecten. Deze besparing kan oplopen tot meer dan 50% als men alle opties van het concept benut. Telers profiteren hierbij van nieuwe inzichten die het programma ‘Kas als Energiebron’ heeft opgeleverd. De afgelopen jaren is er veel bijgeleerd over de omstandigheden waaronder een gewas gedijt in de kas. Verschillende projecten hebben nieuwe inzichten opgeleverd over de mogelijkheden om temperatuur- en vochtverdeling in kassen beter te regelen. Het blijkt dat met minder energie dezelfde resultaten mogelijk zijn. Deze hebben geleid tot het concept van `Het Nieuwe Telen'.

De uitkomsten van de Energiemonitor Glastuinbouw 2008 van het Landbouw-Economisch Instituut (LEI) van de Wageningen Universiteit laten zien dat de energie-efficiëntie van de Nederlandse glastuinbouw sterk is verbeterd en dat het aandeel duurzame energie is toegenomen. Het blijkt dat 46 kassen momenteel duurzame energie produceren. De totale CO2-emissie van de sector is gestegen door toepassing van warmtekrachtinstallaties, maar dat levert voor heel Nederland in beginsel een emissiereductie op. Door de warmtekrachtinstallaties nemen het aardgasverbruik en de totale CO2-emissie van de glastuinbouw weliswaar toe naar 7,2 Mton, maar er wordt in beginsel meer brandstof bespaard in elektriciteitscentrales. Begin 2009 was het elektrisch vermogen van warmtekrachtinstallaties van de glastuinbouw opgelopen tot 2.700 à 2.800 MW. Dit betekent een toename van ruim 2.000 MW in 4 jaar tijd. De elektriciteitsproductie door de glastuinbouw bedraagt in 2008 bijna 11 miljard kWh en dat is 10% van de nationale productie. Sinds 2006 is de glastuinbouw daarmee netto elektriciteitsleverancier. Gezien de recente ontwikkelingen van het verschil tussen de elektriciteitsprijs en de aardgasprijs is het echter de vraag of de wk-installaties in de toekomst in dezelfde mate gebruikt blijven worden.



Terug naar thema Energiebesparing 2009