Warmtekrachtkoppeling (WKK)

Berichten uit
2009

Half januari is voor het eerst 'congestie afgeroepen' in het Westland. Het aanbod van stroom, afkomstig van de WKK-installaties van tuinders, was gedurende enkele uren zó groot dat tuinders die afzien van levering geld krijgen. Door het warmere weer van deze week hadden tuinders vermogen over, waardoor ze meer elektriciteit konden terugleveren aan het net. Het systeem van congestiemanagement - een marktmechanisme waarmee de ruimte op het net optimaal wordt benut – is niet eerder in werking getreden door het koude weer in de eerste weken van januari. Nieuwe WKK-klanten in het Westland konden sinds begin december 2008 gebruik maken van dit systeem, dat nodig is om tuinders met een nieuwe WKK-installatie aan te sluiten en de geproduceerde elektriciteit op het net te zetten. Hiermee heeft TenneT invulling gegeven aan de wens van de minister van EZ en de Tweede Kamer om producenten van duurzame energie in het Westland zo snel mogelijk aan te kunnen sluiten op het net, vooruitlopend op het gereed komen van de investeringen in extra netcapaciteit.

Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer ondersteunt begin maart de Groen Links motie om een onafhankelijk onderzoek door de Algemene Rekenkamer uit te laten voeren naar de zogenaamde ‘onrendabele top (ORT)’ voor WKK. De Vereniging voor Energie Milieu en Water (VEMW) acht een onafhankelijk onderzoek van belang om een einde te maken aan de voortdurende onzekerheid t.a.v. de ORT voor WKK. Groen Links diende de motie in omdat er al enige jaren discussies zijn tussen de Tweede Kamer en de minister van EZ over de uitkomsten van het jaarlijkse onderzoek van ECN naar de ORT voor warmtekrachtkoppeling (WKK). De onrendabele top is de basis voor het al dan niet uitkeren van een subsidie aan WKK. Daar waar WKK zeer efficiënt omgaat met de fossiele brandstof (meest gas) heeft het in de basislast al jaren moeite om financieel-economisch de concurrentie aan te gaan met de meer vervuilende productie van elektriciteit uit kolen.

De opkomst van warmtekrachtkoppeling gaat met horten en stoten. Onder druk van de tegenvallende rendementen, blijkt halverwege 2009 dat er tot 20 tot 30 procent minder energie wordt geproduceerd door glastuinbouwbedrijven in vergelijking met voorgaande jaren. Ook contracten voor nieuwe wkk-installaties worden mondjesmaat afgesloten. Meer dan in voorgaande jaren kiezen ondernemers ervoor om de ketel te laten draaien in plaats van de wkk, omdat dit economisch voordeliger is. In 2008 stonden de marges, het verschil tussen de verkoopprijs voor elektriciteit en de inkoopprijs voor gas, zwaar onder druk. De gasprijzen voor 2009 waren erg hoog (tot wel 40 cnt/m³) en de elektriciteitsprijzen in verhouding te laag.

In een persbericht pleit COGEN Europe, de Europese belangenbehartiger voor warmtekrachtkoppeling, er voor om in de Europese Unie warmtekrachtkoppeling veel meer te gebruiken als instrument in het bestrijden van het klimaatprobleem. In 2030 zou de inzet warmtekrachtkoppeling tot een CO2-reductie tot 10% kunnen leiden. COGEN wil met haar pleidooi de klimaatdiscussies beïnvloeden die in augustus plaatsvinden in Bonn, als opmaat voor de klimaatonderhandelingen in Kopenhagen, in december 2009. Volgens COGEN Europe is WKK een bewezen, betrouwbare en kosteneffectieve technologie, die nu al een belangrijke functie vervult in de wereldwijde vraag naar warmte en elektriciteit. De belangenorganisatie stelt dat het economisch potentieel van warmtekrachtkoppeling in Europa kan worden verdubbeld van 11% van het totale elektriciteitsaanbod tot 22%. Als voorbeeld haalt COGEN Denemarken aan waar 50% van de totale elektriciteitsbehoefte wordt opgewekt door warmtekrachtkoppeling.

De Tweede Kamer geeft naar aanleiding van de motie van enkele Tweede Kamerleden in september opdracht voor een ‘second opinion’ over de rentabiliteit van de warmtekrachtkoppeling (WKK). Aanleiding hiervoor was het voornemen van de minister van EZ om geen subsidie te verstrekken aan nieuwe WKK’s omdat bij vier van de zes varianten in 2009 sprake zou zijn van rendabele exploitatie. De minister baseert haar conclusie mede op een onderzoek uitgevoerd door het ECN. Het onderzoek- en adviesbureau CE Delft heeft de ‘second opinion’ over de rentabiliteit van de WKK, en wat dit betekent voor de legitimiteit van subsidie vanuit de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE), uitgevoerd.

De conclusie van het onderzoek is dat WKK als belangrijke pijler van energie in Nederland niet van de grond komt zonder aanvullend instrumentarium, zoals SDE-subsidie. Juist in de industrie, waar voor de toekomst het meeste WKK-potentieel zit (3700 MW in 2007 tegen 5700 MW in 2020), is de onrendabele top het grootst. Mede daarom is er de afgelopen jaren in die sector een gestage afname geweest van het opgestelde vermogen. Volgens CE Delft is het ministerie van EZ onzorgvuldig met de aanbevelingen uit het ECN-rapport omgesprongen. Daarnaast heeft ECN een technische en minder marktconforme benadering gekozen in zijn onderzoek.

In een brief aan de Tweede Kamer laat de minister van EZ half oktober weten van plan te zijn om WKK aan te wijzen als één van de categorieën die in 2010 in aanmerking komen voor subsidie op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie (SDE). Hiermee geeft ze invulling aan haar toezegging om een vangnet te creëren voor de in het onderzoek van ECN doorgerekende categorie grote industriële WKK. Het verzoek betrof een vangnet dat niet uitbetaalt bij de huidige omstandigheden, maar dat de negatieve gevolgen van veranderende marktomstandigheden opvangt. In de Regeling aanwijzing categorieën productie-installaties duurzame energieproductie 2010 zullen ook de hoofdcategorieën duurzame elektriciteit en duurzaam gas voor 2010 worden aangewezen. De regeling zal in de tweede helft van december 2009 gepubliceerd worden en zal naar verwachting half januari 2010 worden opengesteld. De SDE subsidieert de exploitatie van nieuwe projecten op het gebied van duurzame energie en geeft langjarige zekerheid over het rendement van projecten. Daartoe is een systeem opgezet dat het verschil in kostprijs vergoedt tussen fossiele en duurzame energie. Indien duurzame energie uit een project te weinig oplevert, dan vult de SDE de opbrengsten aan. Dit gebeurt voor een periode van vijftien jaar (Wind op land en Zon-PV) of twaalf jaar (Biomassa, Afvalverbranding en Groen gas).

In de afgelopen tien jaar is het elektrische warmtekrachtvermogen met ruim 40 procent gestegen. Daardoor is de stroomproductie van 92 miljard kWh in 1998 naar 108 miljard kilowattuur (kWh) in 2008 gestegen, zo meldt het CBS begin november. In Nederland wordt elektriciteit vooral geproduceerd door verbranding van fossiele brandstoffen. Door toepassing van warmtekrachtkoppeling (WKK) kan de warmte die daarbij ontstaat nuttig worden gebruikt voor andere doeleinden, zoals proceswarmte in de industrie, stadsverwarming en ruimteverwarming in bijvoorbeeld de glastuinbouw. In 2008 produceerden warmtekrachtinstallaties 61 miljard kWh elektriciteit. In 1998 was dat bijna 49 miljard kWh. De overige groei van de elektriciteitsproductie in die periode komt vooral uit windenergie. Deze nam tussen 1998 en 2008 toe van 0,6 tot 4,3 miljard kWh. Het toegenomen gebruik van warmtekrachtkoppeling en duurzame energiebronnen zorgt ervoor dat er relatief minder fossiele brandstoffen nodig zijn. Hierdoor wordt ook de uitstoot van schadelijke stoffen, zoals het broeikasgas CO2, beperkt. In de glastuinbouw is in 11 miljard kWh elektriciteit geproduceerd in 2008. Dit is bijna vier keer zoveel als in 1998. Deze toename is toe te schrijven aan de sterke groei van het warmtekrachtvermogen waarover de glastuinbouw beschikt. Tussen 1998 en 2004 groeide het vermogen slechts licht, maar tussen 2005 en 2008 verdrievoudigde dit bijna. Eind 2008 bedroeg het warmtekrachtvermogen in de glastuinbouw bijna 3 gigawatt. Dat is ruim 10 procent van het totale vermogen in Nederland. De groei heeft onder andere te maken met de ontwikkelingen op de energiemarkt. Naast het verbruik van elektriciteit en warmte voor de eigen teelt hebben glastuinbouwers in toenemende mate winst kunnen halen uit de verkoop van de zelf geproduceerde elektriciteit. De totale productie van elektriciteit en de daarbij vrijkomende warmte groeide tussen 1998 en 2008 met 17 procent. De hoeveelheid fossiele brandstoffen die daarvoor werd ingezet groeide in die periode met ongeveer 10 procent. Dat zal overigens in de komende jaren veranderen, want er zijn zeker 4 kolengestookte centrales in aanbouw.



Terug naar thema Energiebesparing 2009