SDE WKK |
Berichten uit 2009 |
Het Ministerie van EZ heeft in februari het budget voor de stimulering van duurzame energie verhoogd van 655 MW (2008) naar 1.000 MW (2009). Maar in die plannen is vooralsnog geen ruimte voor de stimulering van warmtekrachtkoppeling (WKK). Voor 2009 komen binnen de SDE de volgende categorieën voor subsidie in aanmerking: wind op land (830 MW), wind op zee (minimaal 450 MW), zon-pv (20 MW), biomassa (43-55 MW) en waterkracht (13 MW). Bij de berekening van de tarieven is gekeken naar de gemiddelde kostprijs van de verschillende opties voor duurzame energie. De subsidie vult de opbrengst uit de verkoop van energie gedurende de levensduur van de installatie aan tot het op deze wijze vastgestelde tarief. De subsidie varieert dus jaarlijks met de ontwikkeling van de energieprijs. Opvallend is dat WKK wederom buiten de boot dreigt te vallen als het gaat om de stimulering van efficiente energieconversie. De EZ-minister geeft in haar Kamerbrief aan nog te onderzoeken of er aanleiding is om WKK te stimuleren, als uit berekeningen van ECN blijkt dat er een zogenaamde onrendabele top (ORT) is.
In april bevestigt de minister van EZ het eerder ingenomen standpunt dat er in 2009 geen SDE-subsidie zal komen voor WKK. De minister concludeert op basis van berekeningen van het ECN dat de meeste WKK-installaties rendabel zijn. Begin maart heeft de Tweede Kamer besloten de Algemene Rekenkamer om een ‘second opinion’ te vragen.
De minister van EZ besluit in oktober om in de SDE-regeling voor 2010 een categorie voor grote industriële warmtekracht in te stellen. De categorie is wel tijdelijk: tot 2013 als het nieuwe emissiehandelsstelsel in gebruik wordt genomen. In de Regeling aanwijzing categorieën productie-installaties duurzame energieproductie 2010 zullen ook de hoofdcategorieën duurzame elektriciteit en duurzaam gas voor 2010 worden aangewezen. De regeling zal in de tweede helft van december 2009 gepubliceerd worden en zal naar verwachting half januari 2010 worden opengesteld. De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE) subsidieert de exploitatie van nieuwe projecten op het gebied van duurzame energie. De SDE geeft langjarige zekerheid over het rendement van projecten. Daartoe is een systeem opgezet dat het verschil in kostprijs vergoedt tussen fossiele en duurzame energie: levert duurzame energie uit een project te weinig op, dan vult de SDE de opbrengsten aan. Dit gebeurt voor een periode van vijftien jaar (Wind op land en Zon-PV) of twaalf jaar (Biomassa, Afvalverbranding en Groen gas). Het gaat hierbij om aardgasgestookte installaties van het type STEG (SToom- En Gasturbine) met een minimaal vermogen van 150 MW. Overige eisen zijn een minimale warmte/krachtverhouding voor de installatie en productie van 0,6 om te voorkomen dat installaties met slechts een zeer geringe hoeveelheid warmtebenutting in aanmerking zullen komen. Om de regeling specifiek te richten op toepassingen in de industrie zal tevens als eis worden gesteld dat tenminste 90% van de warmte dient te worden gebruikt in industriële processen. De subsidieperiode bedraagt 12 jaar vanaf het moment van ingebruikname van de installatie. Hiermee wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de technische levensduur van de installaties. Het subsidieplafond voor het afgeven van beschikkingen op grond van de regeling 2010 bedraagt €168 mln. Het maximum subsidiebedrag per kWh in 2010 bedraagt €0,0097.