Warmte |
Berichten uit 2009 |
Het Nationaal Expertisecentrum Warmte (NEW) is 5 januari van start gegaan. Het expertisecentrum gaat beslissers die betrokken zijn bij investeringen in warmtevoorziening helpen om op basis van betrouwbare en actuele informatie een milieuvriendelijke en uitvoerbare keuze te maken. In eerste instantie is het centrum vooral gericht op de gebouwde omgeving, maar in de loop van 2009 start het centrum met een warmtekaart en warmtescans voor de industrie. De website bevat onder meer informatie over ontwikkelingen, technieken en regelgeving op het gebied van warmtevoorziening en kengetallen over energiegebruik voor warmte in Nederland en per sector. Ook staan op de website instrumenten die verschillende mogelijkheden om in de warmtebehoefte te voorzien, kunnen afwegen. De adviseurs van NEW helpen geïnteresseerden, zoals gemeenten en projectontwikkelaars, desgewenst bij het gebruik van de instrumenten. Zij verstrekken ook informatie over uiteenlopende warmtevoorzieningen. NEW gebruikt de kennis die binnen SenterNovem beschikbaar is door samen te werken met diverse andere programma’s, zoals Kompas en EOS (Energie Onderzoek Subsidie). NEW is één van de beleidsmaatregelen uit het werkprogramma ‘Warmte op stoom’. Hiermee wil de overheid de verduurzaming van warmte- en koudevoorzieningen in Nederland een extra stimulans geven.
Eind januari meldt het Dagblad van het Noorden dat op de grens van Nederland en Duitsland bij Barger-Compascuum de eerste geothermische elektriciteitscentrale in Nederland zal worden gebouwd. De centrale, waar met behulp van aardwarmte stroom wordt opgewekt, krijgt een vermogen van 15 MW. De stroom wordt afgezet in Duitsland; het warme water is als restproduct bestemd voor de tuinders in het aanpalende tuinbouwgebied van de gemeente Emmen. De bouw, waarmee een bedrag van €22 miljoen zal zijn gemoeid, is een initiatief van het bedrijf Geo Thermie Nederland. Geo Thermie wil warm water aanboren op een diepte van 4,5 tot 4,7 kilometer. Hier zit water onder hoge druk met een temperatuur van 140 tot 150 graden Celsius. De capaciteit zal voorzichtig worden uitgebouwd van 80.000 kW per dag naar 400.000 kW.
Zes jaar na de indiening door het CDA en de PvdA neemt de Eerste Kamer in februari de Warmtewet aan waarmee gebruikers moeten worden beschermd tegen te hoge prijzen voor geleverde warmte. Alleen de fractie van de VVD stemde tegen. Wel voorzag de minister van EZ nog problemen, omdat er in de EZ-begroting geen geld beschikbaar is voor de aanstelling van ongeveer 19 fte's, die bij de uitvoering van de wet door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) nodig zijn. De NMa zal aangeven wat de maximumprijzen mogen zijn bij stadsverwarming en wat als redelijk mag worden verondersteld. De initiatiefnemers van de Warmtewet verwachten dat gebruikers van stadsverwarming de afgelopen jaren teveel hebben betaald en het teveel betaalde met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2007 kunnen gaan terugvragen van de bedrijven. Grootverbruikers van stadsverwarming zijn teleurgesteld dat de warmtewet is beperkt tot rechtsbescherming van kleinverbruikers. Zakelijke energiegebruikers met een aansluiting van meer dan 1.000 kW kunnen geen rechten ontlenen aan de wet, zo schrijft VEMW, belangenbehartiger van de zakelijke energiegebruikers. Op verzoek van de heeft de EZ-minister toegezegd om de warmtewet te evalueren ten einde te beoordelen of het uitsluiten van grootverbruikers een terechte keuze is.
De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) legt op 23 september 2009 de beleidsregel 'Redelijke prijs Warmtewet' ter inzage. Deze beleidsregel bepaalt op welke wijze de redelijke prijs die consumenten en kleinzakelijke verbruikers moeten gaan betalen voor blok- en stadsverwarming wordt vastgesteld. Op basis van de wet gaat de leverancier zelf een redelijke prijs voor de verbruikers vaststellen. De NMa bepaalt met deze beleidsregel onder meer welke kosten de redelijke prijs mogen bepalen en hoe deze prijs wordt berekend. Deze redelijke prijs moet een vergoeding zijn voor de werkelijke kosten van de leverancier per warmtenet. Per warmtenet kan dus een verschillende prijs tot stand komen. De redelijke prijs die zo tot stand komt, wordt op grond van de Warmtewet begrensd. De NMa gaat daarom jaarlijks tevens een maximumprijs vaststellen volgens het ‘niet-meer-dan-anders’-beginsel. Het is mogelijk dat in de praktijk blijkt dat de redelijke prijs hoger is dan de maximumprijs. Een leverancier zou dan niet al zijn kosten voor dat net vergoed krijgen. In dat geval kan een leverancier aan de Minister van Economische Zaken (EZ) toestemming vragen om zo’n verlieslatend net te compenseren. Na de terinzagelegging van acht weken beoordeelt de NMa de ingediende zienswijzen en stelt zo nodig de conceptbeleidsregel ‘Redelijke prijs Warmtewet’ bij. De verwachting is dat de NMa de regeling omstreeks 1 maart 2010 definitief kan vaststellen.
De tijdelijke garantieregeling voor boren naar aardwarmte is eind oktober door de ministers van EZ en LNV in de Staatscourant gepubliceerd. Het gaat om het afdekken van het geologische risico dat het boren voor de toepassing van aardwarmte niet succesvol is. Aardwarmteprojecten kunnen bij voldoende hoge energieprijzen en onder de juiste voorwaarden rendabel worden geëxploiteerd. Maar het risico dat een boring niet in een goede watervoerende laag terecht komt, is momenteel niet goed verzekerbaar. Dit risico kan met behulp van de garantieregeling worden afgedekt. Gestart wordt met een pilot. Op basis van de ervaring met deze regeling en ontwikkelingen bij verzekeraars, zal worden bekeken hoe dit risico op termijn het beste kan worden verzekerd. De regeling zal worden uitgevoerd door SenterNovem, waarbij TNO zal adviseren over het geologisch onderzoek. Aanvragen voor de regeling kunnen worden ingediend vanaf 3 november 2009 tot en met 1 mei 2010. Het garantieplafond bedraagt €35,7 miljoen. De garantieregeling voor het afdekken van risico's voor aardwarmte maakt onderdeel uit van de Innovatieagenda Energie (programma Kas als Energiebron). Aardwarmte is warmte uit diepe aardlagen, dieper dan 500 meter. Door het boren van twee putten, één om warm water omhoog te pompen en één om het afgekoelde water weer terug in de grond te pompen, kan warm water uit de diepe ondergrond worden gebruikt voor het verwarmen van bijvoorbeeld kassen en huizen.