Nota Energiebeleid. Deel 2. KolenUitgangspunt voor de Kolennota is het onlangs verschenen Deel 1 van de Nota Energiebeleid. De daarin vervatte beleidsvoornemens op het gebied van energiebesparing, aardgas, aardolie en alternatieve energiebronnen worden in die nota in de algemene context gesteld van de verwachte en wenselijk geachte ontwikkelingen van de Nederlandse energievoorziening als geheel. Dit deel 2 geeft een nadere uitwerking van het noodzakelijke diversificatiebeleid voor wat betreft de mogelijke rol van steenkool. Het eerstvolgende hoofdstuk plaatst het internationaal verwachte stijgende belang van kolen tegen de achtergrond van de wereldreserves, -produktie en -verbruik en de geraamde ontwikkelingen van de vraag en het aanbod. Het geeft tevens aan welke factoren daarbij een rol spelen. Hoofdstuk 3 (Verbruikssectoren) begint met de openbare elektriciteitsproduktiesector. Voor deze sector wordt een doelstellend minimumbeleid ontwikkeld voor de inzet van kolen; dus een beleid, dat onafhankelijk van de nog te nemen beslissingen inzake de verdere toepassing van kernenergie nagestreefd wordt. Daartoe wordt uitgegaan van de scenario’s zoals die in bijlage I van Deel 1 van de Nota Energiebeleid zijn weergegeven. Met betrekking tot andere potentiële verbruikssectoren (industrie en kolenvergassing) worden de mogelijkheden van herintroductie van steenkool geschetst alsmede de belemmeringen die daaraan vastzitten. Aangegeven wordt hoe deze belemmeringen zouden kunnen worden overwonnen en op welke wijze daartoe een aanzet wordt gegeven. De huisbrandsector komt uit technische, economische en milieuhygiënische overwegingen niet meer in aanmerking voor stimulering van individueel kolengebruik; deze verbruikssector komt dan ook niet aan de orde. Hoofdstuk 4 gaat uitvoerig in op de milieuhygiënische aspecten van kolenverbruik. Het geeft tevens aan onder welke voorwaarden het voorgestane kolenbeleid past in het milieuhygiënische beleid. Hoofdstuk 5 behandelt de infrastructuur tegen de achtergrond van de vraag of de herintroductie van steenkool, zoals in het hoofdstuk Verbruikssectoren is geschetst, kan worden verwerkt. Speciaal wordt aandacht besteed aan de aanvoer- en transportaspecten van een sterk stijgende kolenstroom evenals aan ruimtelijke aspecten. Hoofdstuk 6 geeft aan op welke wijze het onderzoeks-, ontwikkelings- en demonstratiebeleid dient bij te dragen aan de realisering van het kolenbeleid. Het analyseert de stand van zaken in binnen- en buitenland met betrekking tot nieuwe kolentechnologieën. Het concludeert op basis van de in de vorige hoofdstukken gesignaleerde behoeften welke acties nodig zijn. Ten einde het omvangrijke gebied zo efficiënt mogelijk te bestrijken wordt een Nationaal Onderzoekprogramma Kolen (NOK) opgezet. Hoofdstuk 7 (steenkoolvoorziening) beschouwt de mogelijkheden om de kolenbehoefte die uit het voorgenomen beleid voortvloeit te dekken. De modaliteiten van een voorzieningsstructuur gericht op een zo groot mogelijke voorzieningszekerheid komen aan de orde. In het slothoofdstuk 8 wordt het in deze nota geschetste kolenbeleid samengevat. Daarbij komen ook de budgettaire consequenties aan de orde. Aan het slot wordt globaal op de macro-economische effecten van het voorgestelde kolenbeleid ingegaan. Ten slotte zijn een aantal bijlagen bij deze nota gevoegd.Organisatie Ministerie van Economische Zaken EZ, Den Haag (Netherlands) Bibliografische informatie ISBN 90-12-02925-2 168 p. Datum Feb 1980 Uitgever Sdu Uitgevers, Den Haag (Netherlands) |
Onderdeel: Energieliteratuur de subset Beleidsdocumenten Document digitaal beschikbaar: PDF-bestand (14 MB) |